Nieuwe LSRS-standaard: landgebruik krijgt een plaats in de CO₂-voetafdruk
Wat is de LSRS-standaard?
Begin 2026 publiceerde het Greenhouse Gas Protocol de finale versie van de Land Sector and Removals Standard, kortweg LSRS. De nieuwe standaard vult een blinde vlek aan in de klassieke berekening van de CO₂-voetafdruk.
Tot nu toe lag de focus op de bekende scope 1-, 2- en 3-emissies: uitstoot door fossiele brandstoffen, aangekochte energie, transport, productieprocessen of aangekochte goederen en diensten. Landgerelateerde emissies kwamen daarbij vaak niet aan bod of werden samengeteld onder fossiele emissies.
Nochtans zijn deze emissies niet onbelangrijk. De landsector is wereldwijd verantwoordelijk voor ongeveer een vijfde van de antropogene broeikasgasemissies. Het gaat daarbij onder meer over emissies door veranderingen in landgebruik, landbouwactiviteiten, bodemprocessen en de balans tussen de opname en uitstoot van koolstof bij landbeheer.
Met de LSRS wil het GHG Protocol bedrijven een duidelijker kader geven om deze emissies en verwijderingen op een consequente manier te berekenen, op te volgen en te rapporteren. De standaard geldt als aanvulling op de bestaande Corporate Standard en Scope 3 Standard van het GHG Protocol.

Wat valt er onder de LSRS?
De LSRS maakt een onderscheid tussen verschillende soorten landgerelateerde emissies en verwijderingen. Dat onderscheid is belangrijk, omdat niet elke impact op dezelfde manier ontstaat of gerapporteerd wordt.
Land use change emissions
Dit zijn emissies die ontstaan wanneer land van functie verandert. Denk bijvoorbeeld aan grasland of natuurgebied dat wordt omgezet naar akkerland of andere productieve landbouwgrond. Bij zo’n verandering kan koolstof vrijkomen uit de bodem of uit bestaande vegetatie.
Land management net biogenic CO₂ emissions
Hier gaat het om de netto biogene CO₂-emissies die voortkomen uit het beheer van land. Afhankelijk van de omstandigheden kan een perceel zowel koolstof verliezen als vastleggen. Zo kan, door veranderingen in landbouwpraktijken, de balans tussen CO₂-uitstoot en CO₂-opname veranderen.
Land management non-CO₂ emissions
Niet alle landgerelateerde emissies zijn CO₂-emissies. Bij landbouw en landbeheer komen ook andere broeikasgassen vrij, zoals methaan (CH₄) en lachgas (N₂O).
Voorbeelden zijn emissies uit mest, bodems of specifieke landbouwactiviteiten. Deze gassen hebben een hoge klimaatimpact en worden daarom apart meegenomen in de berekening.
Removals
Naast emissies behandelt de LSRS ook removals. Dat zijn CO₂-verwijderingen uit de atmosfeer, bijvoorbeeld door opslag in bodem, biomassa of via technologische oplossingen zoals Carbon Capture.
Deze verwijderingen worden binnen de LSRS apart gerapporteerd van emissies. Ze mogen dus niet zomaar gebruikt worden om emissies weg te strepen. Rapportering van removals is optioneel, maar wanneer een bedrijf ze wel wil rapporteren, moet dat volgens duidelijke voorwaarden gebeuren.

Voor wie is deze standaard relevant?
De LSRS is in de eerste plaats relevant voor bedrijven met significante landsectoractiviteiten in hun eigen activiteiten of in hun waardeketen.
Dat zijn uiteraard landbouwbedrijven en andere primaire producenten. Maar ook fabrikanten, voedingsbedrijven, retailers of bedrijven die sterk afhankelijk zijn van agrarische grondstoffen kunnen onder de standaard vallen.
Denk bijvoorbeeld aan ondernemingen die werken met voeding, veevoeder, textielvezels, biobrandstoffen of andere producten afkomstig van landbouwgrond.
Er is geen eenvoudige drempelwaarde die bepaalt wanneer een bedrijf “LSRS-plichtig” wordt. De standaard vertrekt vanuit het principe van significantie. Heeft een onderneming relevante landgerelateerde activiteiten, dan moet ze deze rapporteren. Acht een bedrijf die activiteiten niet significant, dan moet het kunnen uitleggen waarom ze niet volgens de LSRS worden meegenomen.
De standaard is van toepassing op rapportages vanaf 1 januari 2027. De praktische guidance (LSRG), die bedrijven moet helpen bij de concrete toepassing, wordt verwacht in het tweede kwartaal van 2026.
Wat met emissiefactoren en databanken?
Vooral voor landbouwbedrijven die hun scope 1 landgerelateerde emissies zelf moeten berekenen, zal de datavraag toenemen. Zij moeten immers voldoende informatie verzamelen om de verschillende emissiebronnen van de standaard correct in kaart te brengen.
Voor bedrijven die landbouwproducten aankopen of verwerken binnen hun waardeketen, is de impact beperkt. Zij kunnen vaak voortbouwen op bestaande emissiefactoren. In verschillende databanken zijn vandaag al emissiefactoren beschikbaar die landgerelateerde emissies meenemen.
En verder?
De LSRS zorgt ervoor dat landgerelateerde emissies en verwijderingen een veel duidelijkere plaats krijgen binnen de CO₂-rapportering van bedrijven.
Voor ondernemingen met landbouwgrondstoffen of landgerelateerde activiteiten in hun waardeketen is het dus aangewezen om nu al een eerste inschatting te maken. Welke grondstoffen zijn relevant? Waar zitten mogelijke land use change-emissies? Welke data is er beschikbaar? En waar ontbreken nog gegevens?
Wil je graag weten of de LSRS relevant is voor jouw organisatie of hoe je landgerelateerde emissies kan meenemen in je CO₂-voetafdruk? Aarzel dan niet om ons hierover te contacteren of lees er meer over via de standaard zelf.
Wil je graag meer informatie? Aarzel dan niet om ons hierover te contacteren.
Blijf op de hoogte van al ons nieuws!
Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief.
