Overzicht databases

De juiste emissiefactor kiezen: een overzicht van de verschillende databanken

Wanneer je als organisatie je CO₂-voetafdruk in kaart brengt, ontkomt je niet aan de term ‘emissiefactor’. Het kiezen van de juiste emissiefactor en databank is echter cruciaal: een verkeerde factor kan leiden tot een sterke over- of onderschatting van je impact. In dit artikel scheppen we duidelijkheid in het landschap van emissiefactoren en hun databanken.

Wat is een emissiefactor en waarom heb je een databank nodig?

Kort gezegd is een emissiefactor de sleutel die de activiteitsdata van een bedrijf omzet in de feitelijke emissies die deze veroorzaakt. Het vertelt je bijvoorbeeld hoeveel kilogram CO₂-equivalenten er vrijkomen per ingekochte kilogram beton. Omdat het onmogelijk is om voor elke printerpagina of treinrit zelf metingen te doen, zijn deze factoren verzameld in emissiefactordatabanken. Bij de selectie van de juiste factoren moet je steeds rekening houden met specifieke criteria:

  • Geografische relevantie: Stroom of transport in België heeft een andere impact dan in de VS.
  • Technologische accuraatheid: Stemmen de processen in de database overeen met jouw werkelijkheid?
  • Recentheid van de data: Databanken moeten regelmatig geüpdatet worden om betrouwbaar te blijven.

De hiërarchie van emissiegegevens: Met welke data begin je? 

Volgens de internationale standaarden van het Greenhouse Gas (GHG) Protocol is er een duidelijke hiërarchie bij het verzamelen van data voor je carbon footprint:

  1. Primaire emissiefactoren: Dit zijn specifieke emissiegegevens die je rechtstreeks opvraagt binnen je waardeketen, bijvoorbeeld via een Environmental Product Declaration (EPD) of Product Carbon Footrprint (PCF) van een leverancier. Dit is de meest accurate methode.
  2. Secundaire emissiefactoren: Wanneer specifieke leveranciersdata (nog) ontbreken – wat vaak het geval is bij een scope 3-berekening – val je terug op secundaire data uit onafhankelijke databanken.
    • Activity-based emissiefactoren: Dit zijn emissiefactoren die gekoppeld zijn aan tastbare, fysieke eenheden van een activiteit zoals tonnen aangekocht staal of liters diesel.
    • Spend-based emissiefactoren: Dit zijn macro-economische emissiefactoren die de klimaatimpact koppelen aan een financiële waarde (de gespendeerde euro’s). Ze benaderen de uitstoot op basis van het budget dat wordt uitgegeven binnen een specifieke sector.  

Primaire emissiefactoren krijgen altijd de voorkeur aangezien deze de werkelijke reductie-inspanningen van je leveranciers, en hun impact op je carbon footprint, meenemen. Wanneer er geen primaire emissiefactoren beschikbaar zijn, krijgen activity-based emissiefactoren de voorkeur op spend-based emissiefactoren aangezien deze specifieker zijn. Spend-based emissiefactoren zijn minder nauwkeurig, maar ideaal voor een eerste screening wanneer het fysiek verbruik nog niet in kaart werd gebracht.

Hoe kies je de juiste databank?

Er bestaat geen ‘perfecte’ databank die voor elk bedrijf en elke activiteit de beste is. Om het overzicht te bewaren en de juiste keuzes te maken, delen we de beschikbare bronnen in de markt eerst op:

  • Overheidsdatabanken: Deze zijn doorgaans gratis toegankelijk, transparant en betrouwbaar. Ze zijn vaak wel geografisch begrensd.
    Bv.: ADEME Base Carbone, UK.Gov
  • Commerciële databanken: Betaalde, gedetailleerde databanken met grote geografische dekking. Ideaal voor het nauwkeurig berekenen van specifieke scope 3 emissies zoals die van aangekochte materialen.
    Bv.: EcoInvent
  • Academische en gespecialiseerde databanken: Vaak heel specifiek en gericht op niches of specifieke sectoren.
    Bv.: Agribalyse, Exiobase, GLEC

Zoals vermeld, kan er een onderscheid gemaakt worden tussen activity-based en spend-based emissiefactoren. De keuze zal hier vooral afhangen van de datakwaliteit van de bedrijfsactiviteiten. Daarnaast is de manier waarop een databank met verschillende emissiebronnen omgaat ook een belangrijke factor. Veel traditionele databanken tellen emissies vaak op tot één globaal getal, maar meer en meer databanken maken een strikte opsplitsing tussen fossiele emissies en landgebonden (land-based) emissies. Dit onderscheid wordt de komende jaren cruciaal voor de compliance van bedrijven. Met de komst van de LSRS (Land Sector and Removals Standard), de nieuwe Europese rapportagestandaard rond landgebruik die vanaf 2027 in voege treedt, moeten fossil-based en land-based emissies in specifieke gevallen namelijk verplicht apart gerapporteerd worden. Databanken die deze opsplitsing nu al ondersteunen, zoals Agribalyse en Ecoinvent, maken een CO₂-boekhouding direct toekomstbestendig.

Wegwijzer: Welke databank gebruik je wanneer?

Om je op weg te helpen binnen het landschap aan emissiefactordatabanken, volgt hier een overzicht van veelgebruikte databanken en hun specifieke toepassingsgebied:

  • ADEME Base Carbone & UK.gov database: De officiële overheidsdatabanken van de Franse en Engelse overheid. Het zijn algemene en kwalitatieve databank met een breed toepassingsgebied die (wereldwijd) veel gebruikt worden. Ze bevatten zowel activity-based als spend-based emissiefactoren en zijn relevent voor scope 1, 2 en 3 emissiefactoren. Aangezien Frankrijk grenst aan België is ADEME Base Carbone vaak een goede proxy voor Belgische bedrijven. Een toegevoegde meerwaarde van UK.gov is dat de emissiefactoren voor afvalverwerking (scope 3.5) rekening houden met de recycled content methode.
  • co2emissiefactoren.be / .nl: Dit zijn Belgische en Nederlands databanken die voortkomen uit de CO2-Prestatieladder. Deze emissiefactoren worden dus vooral gebruikt door bedrijven die gecertificeerd zijn volgens de CO2-prestatieladder
  • AIB – Association of Issuing Bodies: Specifiek te gebruiken voor elektriciteitsverbruik in Europa. Op basis van Garanties van Oorsprong (GvO’s) wordt de emissiefactor van de residual mix van Europese landen hier gerapporteerd.
  • IEA – International Energy Agency: De aangewezen bron voor de location-based emissiefactoren van nationale elektriciteitsnetten wereldwijd.
  • Ecoinvent: De industriestandaard voor emissiefactoren in de supply chain. Relevant als je de exacte impact van specifieke grondstoffen, chemische processen of bouwmaterialen in scope 3 moet kennen. Deze databank maakt de opsplitsing al tussen fossiele en land-emissies.
  • GLEC – Global Logistics Emissions Council: Dé wereldwijde industriestandaard voor het nauwkeurig berekenen van logistieke emissies over de weg, het spoor, water of door de lucht.
  • Agribalyse: Een gespecialiseerde Franse database voor de agro- en voedingssector. Deze blinkt uit in de hierboven genoemde opsplitsing tussen fossiele en land-emissies en zal zeer relevant zijn voor bedrijven die LSRS-plichtig zijn, aangezien deze zich vooral in de agro- en voedingssector bevinden.
  • Exiobase: Een macro-economische database met enkel spend-based emissiefactoren die handig zijn voor een initiële analyse om te bepalen in welke hoek van je waardeketen de grootste impactcategorieën liggen of voor specifieke bedrijfsactiviteiten waarvoor (voorlopig) enkel financiële gegevens beschikbaar zijn.

En verder?

Het berekenen van een carbon footprint staat of valt met de kwaliteit van je data. Door de juiste mix van emissiefactordatabanken te kiezen, leg je een fundament dat niet alleen compliant is met de huidige standaarden, maar ook klaar is voor de strengere wetgeving van morgen.
Wil je graag meer informatie, of heb je hulp nodig bij het in kaart brengen van je scope 3-inventaris of de voorbereiding op LSRS? Aarzel dan niet om ons hierover te contacteren.


Blijf op de hoogte van al ons nieuws!

Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief.

* verplichte velden