SBTi targetsetting

SBTi: Van footprint naar target

Het bepalen van de CO2-voetafdruk is voor een bedrijf een belangrijke mijlpaal. Maar ben je dan ook klaar om SBTi-targets te zetten?
Niet altijd meteen. Een CO2-voetafdruk is de basis, maar voor SBTi-target setting moet de footprint ook geschikt zijn voor validatie. Dat betekent dat de emissie-inventaris compleet genoeg moet zijn, dat de juiste organisatorische grenzen werden gekozen en dat duidelijk is welke emissies binnen de target boundary vallen.

Stap 1: Check of de footprint SBTi-proof is

Voordat een bedrijf targets gaat modelleren, is het verstandig om eerst de kwaliteit van de footprint te toetsen. Denk daarbij aan vragen zoals:

Is de organisatorische grens duidelijk gekozen, bijvoorbeeld op basis van operational control of financial control? Zijn alle relevante entiteiten en dochterbedrijven meegenomen? Zijn scope 1 en scope 2 volledig opgenomen? Is scope 3 voldoende uitgewerkt per categorie? En zijn eventuele exclusies onderbouwd en gekwantificeerd?

SBTi laat beperkte exclusies toe, maar die moeten transparant worden toegelicht en in tCO₂e worden gekwantificeerd. Voor scope 1 en 2 mogen de totale exclusies uit inventory en target boundary samen niet meer dan 5% bedragen; voor scope 3 mogen exclusies niet meer dan 5% van de totale scope 3-inventaris bedragen. Ook “verwaarloosbaar” is op zichzelf geen geldige reden om emissies niet te rapporteren.

SBTi kijkt niet alleen naar het einddoel, maar ook naar de onderbouwing erachter. Een target kan dus ambitieus lijken, maar alsnog vastlopen als de basisdata of afbakening niet op orde is.

Stap 2: Bepaal of scope 3 verplicht onderdeel wordt van de target

Voor veel bedrijven zit het grootste deel van de klimaatimpact in de waardeketen. Daarom is scope 3 vaak bepalend voor de SBTi-route.


Wanneer scope 3-emissies 40% of meer uitmaken van de totale scope 1, 2 en 3-emissies, moet het bedrijf scope 3 meenemen in de near-term science-based targets. Vervolgens moeten de scope 3-targets samen minimaal 67% van de totale relevante scope 3-emissies dekken.

Stap 3: Kies het juiste targettype

Niet elk target wordt op dezelfde manier gezet. Voor scope 1 en 2 gaat het vaak om absolute emissiereductie of soms, in specifieke sectoren, een sectorale intensiteitsmethode. Voor scope 2 kan ook een hernieuwbare energie target relevant zijn. Voor scope 3 zijn er meerdere opties, zoals absolute reductie, intensiteitsreductie of supplier/customer engagement targets.
De juiste methode hangt af van de activiteiten van het bedrijf, de sector, de scopes en de beschikbare data. Belangrijk is dat targets worden gemodelleerd met de meest recente SBTi-methoden en tools.

Stap 4: Controleer of FLAG relevant is

https://ghgprotocol.org/land-sector-and-removals-standard

Bedrijven met landgerelateerde emissies moeten extra goed opletten. Organisaties in sectoren zoals food, landbouw, bosbouw, papier, retail en tabak kunnen verplicht zijn om een aparte FLAG-target te zetten. Ook bedrijven buiten deze sectoren kunnen onder FLAG vallen als landgerelateerde emissies 20% of meer van hun totale scope 1, 2 en 3-emissies bedragen.


In dat geval is één algemene target meestal niet voldoende. Het bedrijf moet dan onderscheid maken tussen FLAG-emissies en energy/industry-emissies.

Stap 5: Vertaal targets naar reductiemaatregelen

Een SBTi-target is geen papieren ambitie. Het bedrijf moet intern begrijpen welke maatregelen nodig zijn om de target te halen. Denk aan energie-efficiëntie, elektrificatie, hernieuwbare elektriciteit, materiaalkeuzes, logistiek, productontwerp, leverancierstrajecten of inkoopbeleid.


Daarom is het verstandig om target setting niet alleen als een technische oefening te zien, maar als een strategisch proces. Finance, procurement, operations, sustainability en management moeten samen bepalen welke reducties haalbaar en betaalbaar zijn. Een goed doordacht CO₂-reductieplan vormt daarbij de brug tussen ambitie en uitvoering: het maakt duidelijk welke maatregelen nodig zijn, wie verantwoordelijk is en hoe de organisatie stap voor stap richting haar SBTi-targets kan bewegen.

https://sciencebasedtargets.org/how-to-set-science-based-targets

Conclusie

De stap van footprint naar SBTi-target begint niet met het invullen van een tool, maar met een goede readiness check. Is de footprint compleet? Zijn de systeemgrenzen helder? Is scope 3 voldoende uitgewerkt? Is FLAG relevant? En zijn de reductiemaatregelen bekend?


Wie die vragen eerst beantwoordt, voorkomt vertraging in het validatieproces en vergroot de kans dat de uiteindelijke target niet alleen SBTi-conform is, maar ook uitvoerbaar voor de organisatie.


Blijf op de hoogte van al ons nieuws!

Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief.

* verplichte velden