Verplicht gebouwbeheersysteem

Verplicht gebouwbeheersysteem in Vlaanderen

Niet-residentiële gebouwen met verwarmings- en/of koelsystemen met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW moeten binnenkort over een gebouwautomatisering- en controlesysteem beschikken. Dit is een vertaling van de Europese EPBD IV richtlijn (Energy Performance of Buildings Directive).

Voor wie is deze richtlijn verplicht?

De richtlijn slaat voornamelijk op niet-residentiële gebouwen waaronder ook kantoorgebouwen met een verwarmings- of airconditioningssystemeem met een thermisch vermogen van meer dan 290 kW. Hierbij worden beide systemen afzonderlijk bekijken, concreet betekent dit dus dat volgende gebouwen onder de verplichting vallen

  • niet-residentiële gebouwen met een verwarmingssysteem met een nominaal thermisch vermogen van meer dan 290 kW.
  • niet-residentiële gebouwen met een koelsysteem met een nominaal thermisch vermogen van meer dan 290 kW.

Dit zijn meestal gebouwen die ook onder de EPC NR-plicht. Productiegebouwen, magazijnen en woongebouwen zijn per definitie vrijgesteld van deze verplichting. Gebouwen met een gemengd gebruik worden daarentegen individueel beoordeeld, geval per geval.

Wanneer gaat deze verplichting in?

Bovenstaande gebouwen zijn verplicht om tegen 1 januari 2026 over een systeem te beschikken. Belangrijk om te weten is dat er de grens zal verlaagd worden naar 70 kW, uiterlijk tegen 31 december 2029, waardoor deze verplichting dus op heel wat meer gebouwen van toepassing zal zijn.

Wat houdt deze verplichting exact in?

De gebouwautomatiserings- en controlesystemen (GACS) moeten in staat zijn om:

  • het energieverbruik permanent te controleren, bij te houden, te analyseren en de bijsturing ervan mogelijk te maken;
  • de energie-efficiëntie van het gebouw te toetsen, rendementsverliezen van technische bouwsystemen op te sporen, en de beheerder van de voorzieningen of technische installaties te informeren over de mogelijkheden om dit te verbeteren;
  • de communicatie met verbonden technische bouwsystemen en andere apparaten in het gebouw mogelijk te maken alsook kunnen communiceren met verschillende soorten toestellen van andere fabrikanten.
  • het binnenmilieu monitoren

Er zijn 2 manieren om te voldoen aan de eisen voor gebouwautomatisering en -controlesystemen: ofwel door te voldoen aan de 7 opgesomde technische vereisten (methode 1), ofwel door te voldoen aan klasse B van de Europese norm (methode 2), gecombineerd met 3 bijkomende technische vereisten. De vereisten zijn zéér uitgebreid en kan je terugvinden op de website van Vlaanderen. Ze omvatten onder andere:

  1. Energiegebruik monitoren en registreren
  2. Communicatie tussen systemen en gebruikers mogelijk maken
  3. Energieverbruik analyseren en bijsturen indien nodig
  4. De energie-efficiëntie van technische installaties bewaken en optimaliseren
  5. Hernieuwbare energie en energieopslag integreren
  6. De binnenmilieukwaliteit van het gebouw monitoren
  7. Vanaf 2028 ook verlichting beheren

Op dit moment worden nog weinig systemen door leveranciers geclassificeerd volgens NEN-EN-ISO 52120. Om te voldoen aan bovenstaande eisen zal punt per punt bekeken moeten worden. De European Building Automation and Controls Association heeft hiervoor een checklist opgesteld die kan worden gebruikt.

En verder?

Het is voor de rest onduidelijk hoe deze verplichting gecontroleerd zal worden. Het lijkt ons best om zeker al eerste stappen te nemen om te voldoen aan enkele technische vereisten zoals het registeren van energiemetingen, een benchmark te bepalen en mogelijke interactie tussen systemen na te gaan.

Wil je graag meer informatie? Aarzel dan niet om ons hierover te contacteren.


Blijf op de hoogte van al ons nieuws!

Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief.

* verplichte velden




1 procent voor een goed doel – 2024

1 % voor een goed doel

Duurzaamheid en maatschappelijke betrokkenheid

In de zomer van 2021 werken we intern aan onze visie op duurzaamheid. We vertrokken vanuit de 17 SDG’s en bepaalden onze materialiteitsmatrix. Het resultaat van deze oefening vertaalde zich in vier kwadranten en concrete doelstellingen rond duurzaamheid. Daarbij stelden we vast dat we reeds veel inspanningen leveren op het vlak van klimaat en de mens.

Maar onze ambities reiken verder. We willen een voorloper zijn op vlak van duurzaamheid én vooral ook onze verantwoordelijkheid opnemen. Vanuit deze ambitie reflecteerden we niet alleen over onze waarden en normen, maar stonden we ook stil bij een aantal maatschappelijke kwesties. Respect en behulpzaamheid zijn daarbij twee kernwaarden die we hoog in het vaandel dragen.

Daarom introduceerden we, in analogie met “1% for the planet,” ons eigen engagement 1% voor een goed doel binnen de sociale sector. Met dit initiatief willen we onze “helden” het duwtje in de rug geven dat ze verdienen.

2024 – Schenking voor Dominiek Savio

Dit jaar schonken we 3.000 euro aan Dominiek Savio, een organisatie die dagelijks een groot verschil maakt voor kinderen, jongeren en volwassenen met een beperking. Het bedrag werd verdeeld over twee initiatieven binnen hun werking de thuisbegeleidingsdienst ’t Spoor en de lagere school Tandem.


Thuisbegeleidingsdienst ‘t Spoor

Vorig jaar kozen wij ook al om de thuisbegeleidingsdienst ’t Spoor te ondersteunen. Een thuisbegeleidingsdienst ondersteunt gezinnen die het moeilijk hebben met de opvoeding of de ontwikkeling van de kinderen. 

De medewerkers van ’t Spoor ondersteunen dagdagelijks verschillende gezinnen in hun zoektocht naar een balans binnen hun gezin. Ze zijn een klankbord, een ruggensteun, een aanspreekpunt,… kortom ze maken een wezenlijk verschil voor deze gezinnen

Tandem – onderwijs op maat

De lagere school Tandem van Dominiek Savio biedt kinderen met een beperking kwaliteitsvol onderwijs op maat. Hun leerkrachten en begeleiders zorgen niet alleen voor kennisoverdracht, maar ook voor de nodige zorg, structuur en ondersteuning, zodat elk kind de kans krijgt zich optimaal te ontplooien.

Met onze bijdrage willen we mee investeren in de toekomst van deze kinderen en hen de mogelijkheden geven die ze verdienen.


Blijf op de hoogte van al ons nieuws!

Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief.

* verplichte velden




CO2-prestatieladder van versie 3.1 naar 4.0

CO2-prestatieladder van versie 3.1 naar 4.0

De CO2-prestatieladder heeft een grote herziening ondergaan met de overgang van handboek 3.1 naar 4.0. De overgang naar handboek 4.0 van de CO2-Prestatieladder biedt organisaties de kans om hun duurzaamheidsinspanningen te versterken en zich voor te bereiden op een toekomst met lagere CO2-uitstoot. Door de nieuwe structuur en eisen kunnen bedrijven effectiever bijdragen aan de klimaatdoelen.

De CO₂-Prestatieladder heeft een grote herziening ondergaan met de overgang van handboek 3.1 naar 4.0.
Drie grote verschillen tussen 3.1 en 4.0
  1. Nieuwe indeling en ambitie: Handboek 4.0 introduceert drie treden in plaats van vijf niveaus. Trede 1 is vergelijkbaar met de oude niveaus 1-3, terwijl trede 2 en 3 meer ambitie vereisen, vooral op het gebied van lange termijn doelen en bredere integratie van CO2-reductie. Voor meer informatie over de verschillende treden zie onze website (link naar website).
  2. Breder spectrum van emissies: Naast CO2 moeten organisaties nu ook andere broeikasgassen meenemen in hun emissie-inventaris. Bovendien moeten ze werken aan ‘overige beïnvloedbare emissies’, zoals biogene CO2-emissies en vermeden emissies.
  3. Resultaatsverplichting en lange termijn doelen: Organisaties moeten nu niet alleen korte termijn doelen stellen, maar ook een klimaattransitieplan opstellen met doelen voor de middellange en lange termijn (tot 2050). Dit plan is verplicht vanaf trede 2
Tijdlijn van de overgang
  • 14 januari 2025:
    • Publicatie van handboek 4.0
  • 14 juli 2025:
    • Certificeren met handboek 4.0 mogelijk
  • 14 januari 2026:
    • Openbare aanbestedingen mogelijk met handboek 4.0
  • 14 januari 2027:
    • Audits volgens handboek 3.1 niet langer mogelijk
    • Openbare aanbesteding volgens handboek 3.1 niet langer mogelijk
Aanbestedingen met 4.0

Openbare aanbestedingen kunnen dus pas vanaf 2026 uitgeschreven worden volgens handboek 4.0 maar certificaathouders van versie 4.0 kunnen wel beoordeeld worden op basis van de oude niveaus van versie 3.1.

Wil je graag meer informatie? Aarzel dan niet om ons hierover te contacteren.


Blijf op de hoogte van al ons nieuws!

Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief.

* verplichte velden




Aanpassing PV-verplichting in Vlaanderen

Aanpasssing PV-verplichting in Vlaanderen

Om de productie van hernieuwbare energie verder aan te wakkeren, heeft de Vlaamse Overheid de beslissing genomen om PV-panelen te verplichten op gebouwen waarin bedrijven gehuisvest zijn met een hoge elektriciteitsafname (>1 GWh/jaar).

Op 2 mei 2025 zette de Vlaamse Regering het licht definitief op groen voor de aanpassingen aan deze PV-verplichting. Hiermee wordt niet alleen de deadline verschoven naar 1 april 2026, maar worden ook meer alternatieve hernieuwbare energietechnologieën toegelaten. Deze bijsturing biedt bedrijven extra ademruimte én flexibiliteit om hun duurzame energieplannen uit te rollen.

In dit artikel wordt er vooral gekeken naar de belangrijkste wijzigingen in het nieuwe decreet. Voor alle details alle details van de PV-verplichting verwijzen we graag naar onze vorige blogpost.

Welke houdt de PV-verplichting in?

De PV-verplichting geldt voor alle gebouwen aangesloten op een afnamepunt waar een elektriciteitsafname van meer dan 1.000 MWh tijdens één kalenderjaar is. Zodra je meer verbruikt dan deze drempel moet je verplicht een hoeveelheid PV installeren . De verplichting wordt uitgedrukt in een vastgelegd piekvermogen per m² aan horizontale dakoppervlakte (van alle gebouwen aangesloten op hetzelfde afnamepunt).

PV-panelen
Wanneer gaat deze verplichting in?

De oorspronkelijke deadline van 30 juni 2025 bleek in de praktijk moeilijk haalbaar, onder andere door de noodzakelijke stabiliteitsstudies, omgevingsvergunningen, netstudies, en dakverstevigingswerken. De nieuwe deadline van 1 april 2026 geeft ondernemingen de tijd om zich grondiger voor te bereiden en de juiste keuzes te maken.

De PV-verplichting wordt algemeen uitgesteld tot 1 april 2026.

Meer ruimte voor alternatieve technologieën

In eerste instantie waren de alternatieven beperkt tot windenergie en WKK op biomassa of biogas. De nieuwe regelgeving voorziet ruimte voor voor drie andere technologieën. Waarbij een equivalent vermogen voorzien moet worden.

  1. Warmtepompen (oorspronkelijk pas voorzien vanaf 2030)
  2. Fotovoltaïsch-thermische installaties (PVT)
  3. Geconcentreerde zonthermie-installaties (CST)

Voor PVT- en CST-installaties is het vereiste vermogen gelijk is aan het PV-vermogen. Bij warmtepompen mag enkel het hernieuwbare energiegedeelte worden meegenomen. Bij warmtepompen voor ruimteverwarming komt dit neer op een gelijk vermogen als PV. Voor warmtepompen gericht op proceswarmte, die doorgaans veel meer vollasturen draaien, wordt het PV-vermogen vermenigvuldigd met een factor 0,167.

Benieuwd of een warmtepomp voor jou industrieel proces interessant kan zijn? Vraag dan een vergroeningscan aan en wij rekenen het voor jou uit.

Enkele andere wijzigingen

Daarnaast zijn nog enkele andere aanpassingen opgenomen in de nieuwe regelgeving

  • de mogelijkheid om alle grondgebonden PV-installaties voor het voldoen aan deverplichting in aanmerking te nemen (in plaats van enkel PV-installaties geplaatst op marginale gronden)
  • bijkomende regeling om via verbonden vennootschappen te voldoen aan de regelgeving
  • specifieke uistelmogelijkheden bijvoorbeeld bij faillisement of overdracht van de gebouwen

Wil je graag meer informatie? Aarzel dan niet om ons hierover te contacteren.


Blijf op de hoogte van al ons nieuws!

Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief.

* verplichte velden




EcoVadis-beoordeling

Een EcoVadis-beoordeling, wat houdt dat in?

Ook na de Omnibus worden bedrijven verwacht bezig te zijn met hun duurzaamheidsprestaties omwille van verschillende redenen: vragen van stakeholders, toegang tot kapitaal en talent, verzekeren van hun continuïteit zijn daar deel van. Een van de meest erkende manieren waarop bedrijven hun duurzaamheidsinspanningen kunnen demonstreren, is door middel van de EcoVadis-beoordeling. Maar wat houdt deze beoordeling in, en wat betekent het voor bedrijven? Dit blogartikel biedt een overzicht van de EcoVadis-beoordeling en de voordelen.

EcoVadis is een wereldwijd platform dat bedrijven beoordeelt op hun duurzaamheidspraktijken. Het is een gedetailleerde beoordeling van de duurzaamheidsprestaties van uw bedrijf op basis van 4 gebieden:

Milieu
– Hoe goed beheert een bedrijf zijn ecologische impact?
Dit omvat het energieverbruik, afvalbeheer, watergebruik en de CO2-uitstoot.

Arbeidsomstandigheden en Mensenrechten
– Worden medewerkers eerlijk behandeld?
Dit betreft zaken als arbeidsomstandigheden, diversiteit, gelijke kansen, en mensenrechten.

Ethisch Gedrag
– Houdt het bedrijf zich aan ethische normen, zoals transparantie, corruptiebestrijding en integriteit?

Duurzaam Inkoopbeleid
– Hoe verantwoord is de toeleveringsketen van het bedrijf?
Dit omvat het selecteren van leveranciers die ook voldoen aan duurzame normen.

EcoVadis-beoordeling

Voordelen

De beoordeling wordt omgezet in gemakkelijk leesbare scorecards, met scores van 0 tot 100 en verdiende prestaties. Die kunnen bedrijven gebruiken in hun communicatie en het stelt hen in staat om hun duurzaamheidsprestaties te vergelijken met andere bedrijven in hun sector, wat een waardevolle benchmark kan zijn.
Het hebben van een EcoVadis beoordeling kan je een concurrentieel voordeel opleveren omdat het beantwoord aan de transparantiedruk, schept vertrouwen en toont aan de buitenwereld hoe je bezig bent met duurzaamheid.

Naast de score legt de beoordeling ook bloot waar de sterke punten en verbeterpunten liggen, zodat u uw inspanningen op het gebied van duurzaamheid effectief kunt richten. Het helpt u uw ESG-risico’s en -naleving te beheren, duurzaamheidsdoelstellingen te halen en impact op schaal te stimuleren door de verbetering van duurzaamheidsprestaties van uw bedrijf en uw waardeketen te begeleiden. Dit kan leiden tot het verzekeren van je continuïteit, kostenbesparingen en efficiëntieverbeteringen.

EvoVadis proces

Het verkrijgen van een EcoVadis-label is een gestructureerd proces. Concreet gebeurt de beoordeling o.b.v. een uitgebreide vragenlijst (zelfbeoordeling) en de opladen ondersteunende documenten, nadat je je als bedrijf hebt geregistreerd op het platform.
Er zijn verschillende beoordelingsniveaus beschikbaar, afhankelijk van de grootte en de behoeften van je bedrijf. De belangrijkste stap is het invullen van de zelfbeoordeling. Er wordt gevraagd om gedetailleerde informatie te verstrekken over je bedrijfsprestaties op de 4 besproken gebieden. Documenten (certificaten, rapporten of andere relevante documenten) kunnen terwijl worden opgeladen ter bewijs van je prestaties en initiatieven.

Zodra je de zelfbeoordeling hebt ingevuld en alle benodigde documenten hebt ingediend, zal EcoVadis het beoordelingsproces starten. Dit proces wordt uitgevoerd door een team van duurzaamheidsexperts die de door jou verstrekte informatie en documenten zorgvuldig onderzoeken o.b.v. die 4 gebieden. Het finaal resultaat is een score met bijhorend Ecovadis-label, dat bestaat in 4 varianten naargelang je score: brons, zilver, goud en platinum. Dit label kan gebruikt worden bij communicaties naar stakeholders en de website en kan jaar na jaar geüpdatete worden. Naast het label ontvang je ook een gedetailleerde feedback over hun prestaties, waarmee aan de slag kan gegaan worden.

Tast je momenteel als bedrijf in het duister en weet je niet zo goed welke weg je moet inslaan bij alle esg-vragen, neem dan gerust contact met ons op – we bespreken graag met jou waar je je op moet richten.

Wil je graag meer informatie, of hebt je hulp nodig bij jouw Ecovadis-traject? Aarzel dan niet om ons hierover te contacteren.


Blijf op de hoogte van al ons nieuws!

Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief.

* verplichte velden




Duurzaamheidsrapportering voorbij de Omnibus

Duurzaamheidsrapportering voorbij de Omnibus: minder regels, meer duurzaamheid

Op woensdag 26 februari 2025 publiceerde de Europese Commissie officieel zijn Omnibus pakket. De inhoud ervan zal verregaande gevolgen hebben voor duurzaamheidsrapportering.

Het zal nog enige tijd duren voordat er helemaal duidelijkheid is over de Omnibus. Voor een groot deel van de bedrijven breekt er dus een tijd van onzekerheid aan maar de kern blijft hetzelfde. Een sterke duurzaamheidsstrategie en -rapportage blijven essentiële hulpmiddelen voor bedrijven die hun continuïteit willen behouden. Stakeholders zullen blijven vragen naar ESG-inspanningen en duurzaamheidsinformatie, en efficiënte duurzaamheidsrapportage blijft de toegangspoort tot kapitaal en concrete acties. Bovendien wil je niet het risico lopen om niet-compliant te zijn en reputatieschade op te lopen. We zetten alle kansen van duurzaamheidsrapportage en de risico’s van uitstel even op een rijtje.

Duurzaamheid target setting

Kansen

Deze verandering is het moment om je als bedrijf te focussen op het verzekeren van je continuïteit, de strikt noodzakelijke/relevante duurzaamheidsdata en concrete acties:

  1. Focus op verzekeren van je continuïteit: door het wegvallen van al die rapportagelast, kunnen bedrijven terug het bos door de bomen zien en het belang van duurzaamheid terug begrijpen. Namelijk strategisch nadenken op de lange termijn om toekomstbestendig te zijn. De dubbele materialiteitoefening is hier de hoeksteen voor en leidt je naar een persoonlijke strategie gebaseerd op datgeen relevant is voor jouw onderneming. Het stelt je als bedrijf in staat om je eigen impact, risico’s en kansen te begrijpen en zo je continuïteit te verzekeren.
  2. Focus op strikt relevante duurzaamheidsdata: aangezien het sneeuwbaleffect met duurzaamheidsvragen van leveranciers/klanten en financiële organisaties zich zal blijven ontwikkelen, is het ons advies om met een framework te werken om efficiënt met die vragen te kunnen omgaan. De VSME is hier de standaard voor, ontwikkeld door Europa en beschermt je tegen te veel vragen. Investeerders, klanten en werknemers verwachten transparantie, verantwoording, actie en langetermijndenken. Bedrijven die ESG strategisch inzetten, zullen ook zonder verplichte rapportage een voorsprong behouden. Natuurlijk is rapportage gewoon maar rapportage en geen impact. Maar rapportage levert gegevens op en die hebben vele belangrijke functies.
  3. Focus op concrete acties: Geef geen 100. 000 euro meer uit aan compliance kosten maar gebruik dat geld voor een warmtepomp bijvoorbeeld. Weet je niet welke acties je moet nemen? Kijk naar je duurzaamheidsrapport. Het voordeel daarvan is dat je weet welke thema’s het meest relevant voor je zijn en dat je bent begonnen met meten van die belangrijke data. Pas door te meten kan je acties nemen want “If it isn’t measured it isn’t managed”. In het licht van de Green Deal is het interessant om te focussen op acties waarvan je zeker geen spijt zult hebben; je carbon footprint verlagen bijvoorbeeld.

We zijn als E-luse blij met de vermindering van deze rapporteringslast. Bedrijven kunnen zich nu terug meer richten op strategie en duurzaamheidsacties die echt verschil maken.

Risico’s van uitstel

Bedrijven kunnen nu de reflex hebben om een afwachtende houding aan te nemen maar het uitstellen van ESG-rapportage brengt een aantal risico’s met zich mee.

  1. ESG-rapportage zal niet verdwijnen: wat Europa ook zal beslissen met de Omnibus, de Green Deal blijft behouden en wetgeving zal een hefboom blijven om de klimaatcrisis tegen te gaan. Daarbij zal de vraag naar esg-data van stakeholders in de waardeketen alleen maar vergroten. Voorbereiding uitstellen verhoogd dus het risico op non-compliance en energieverlies door inefficiëntie.
  2. Reeds gemaakte investeringen niet laten verloren gaan. Het opzetten van ESG-rapportage kan complex en kostbaar zijn maar bedrijven die al gestart zijn kunnen makkelijker schakelen. Bovendien helpt het proces om de juiste investeringen te maken en hou je het reeds opgebouwde momentum hoog. Rapportagewetgeving mag dan wel veranderen, de onderliggende principes blijven consistent.
  3. Last-minute compliance kan duur zijn: tot het laatste moment wachten zorgt voor hoge financiële en operationele druk.
  4. Het ontbreken van transparantie en het ontbreken van duurzaamheid in je strategie zorgt voor een competitief nadeel: het ontzeggen van toegang tot kapitaal of verlies van klanten zijn reële gevolgen van een afwezige duurzaamheidsrapportage.

Samenvatting

Om op koers te blijven, raden we je aan door te gaan met duurzaamheidsrapportage en je te richten op initiatieven die altijd relevant zijn, zoals de CO2-voetafdruk en een framework te gebruiken voor dataverzameling. Gebruik het wegvallen van deze rapportagelast om je te focussen op strategie en concrete acties.

Tast je momenteel als bedrijf in het duister en weet je niet zo goed welke weg je moet inslaan, neem dan gerust contact met ons op – we bespreken graag met jou waar je je op moet richten.

Wil je graag meer informatie, of hebt je hulp nodig bij het opstellen van een duurzaamheidsrapport? Aarzel dan niet om ons hierover te contacteren.


Blijf op de hoogte van al ons nieuws!

Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief.

* verplichte velden




VSME in 2025, update

VSME in 2025, update

Op 17 december 2024 werd de VSME standaard finaal opgeleverd door EFRAG aan de Europese Commissie.
De VSME is bestemd voor ondernemingen, die buiten het bereik van de CSRD vallen, en dient ter ondersteuning van hun duurzaamheidsrapportage. Deze standaard is nu officieel van kracht, nadat er een jaar geleden een ‘draft-versie’ werd gepubliceerd.

VSME is kort voor Voluntary standard for non-listed micro-, small- and medium-sized undertakings en in tegenstelling tot de ESRS (Europese Sustainability Reporting Standards) voor grote ondernemingen, is deze standaard geen wettelijke verplichting. Wel is het een standaard die kmo’s en ondernemingen een houvast biedt waarmee ze kunnen rapporteren over hun duurzaamheidsinspanningen en is het vanuit dezelfde filosofie geschreven als de ESRS.

In vergelijking met de ‘draft-versie’ werd deze finale VSME sterk vereenvoudigd en schept het een duidelijk en uniform beeld van wat van ondernemingen verwacht wordt op vlak van duurzaamheidsrapportage.

Update: Initieel was de VSME bedoeld voor kmo’s maar sinds het Omnibus-voorstel van eind februari 2025, verwijst de Europese Commissie voor bedrijven <1.000 werknemers ook naar dit framework.

Waarom bestaat het?

Het doel van deze standaard is het ondersteunen van micro-, kleine- en middelgrote ondernemingen bij:

  1. Het bijdragen aan een duurzamere en inclusievere economie;
  2. Het opzetten of verbeteren van hun beheer van duurzaamheidskwesties, zoals milieuproblemen en sociale uitdagingen. Dit zal hun concurrentiële groei en veerkracht ondersteunen op korte, middellange en lange termijn;
  3. Niet onbelangrijk: het voldoen aan de stijgende vraag naar data van grote ondernemingen die duurzaamheidsinformatie van hun leveranciers opvragen. Een VSME conform duurzaamheidsrapport is de perfecte voorbereiding voor kmo’s want hun grote klanten mogen niet vragen om meer informatie of andere standaarden naast de VSME.
  4. Het voorzien van informatie om te voldoen aan de vraag naar data van kredietverstrekkers, investeerders

Voor wie is het?

Deze standaard is vrijwillig en van toepassing op niet-beursgenoteerde kmo’s en ondernemingen met minder dan 1000 werknemers. Deze ondernemingen vallen buiten de reikwijdte van de CSRD, maar worden aangemoedigd om deze standaard te gebruiken voor hun duurzaamheidsrapportage. De standaard behandelt dezelfde algemene duurzaamheidskwesties als de ESRS  voor grote ondernemingen, maar aangepast aan de mogelijkheden van kmo’s. Micro-ondernemingen kunnen ervoor kiezen selectief delen van deze standaard te gebruiken.
Sinds het Omnibus-voorstel van eind februari 2025, verwijst de Europese Commissie voor bedrijven <1.000 werknemers ook naar dit framework.

Duurzaamheidsrapportage

Wat houdt deze duurzaamheidsrapportage in?

De finale versie is nog sterk vereenvoudigd in vergelijking met de vorige ‘draft-versie’. Zo is er geen verplichte dubbele materialiteitsanalyse (DMA) meer en slechts 2 modules in plaats van 3. De 2 modules van de VSME zijn:

1. Basismodule (B1-11):

Deze module is het grondvlak en is opgebouwd uit verschillende deelmodulen of vereisten, namelijk B1 t.e.m. B11. De vereisten omvatten allerlei algemene duurzaamheidstopics, die ook terug te vinden zijn in de ESRS: energie & GHG-emissies (scope 1 & 2), verontreiniging, biodiversiteit, water, circulaire economie, personeel en goed bestuur.

De vereisten moeten worden gerapporteerd indien deze relevant zijn voor de onderneming in kwestie. Een materialiteitsanalyse is niet meer verplicht binnen deze module maar wel nog steeds aan te raden om te bepalen welke thema’s relevant zijn.

2. Comprehensive module (C1-9):

Deze uitbreidingsmodule bevat 9 aanvullende deelmodulen op de basismodule. Het is bedoeld voor meer ervaren kmo’s en focust op strategische en aanvullende informatie die interessant is voor banken, investeerders en zakelijke klanten van de onderneming.

Hoe een onderneming de standaard toepast, dat beslist ze zelf.

Hoe een onderneming de standaard toepast, dat beslist ze zelf. Er zijn namelijk 2 opties mogelijk bij de voorbereiding van het duurzaamheidsrapport met gebruik van de VSME:

  • OPTIE A: Alleen de Basismodule;
  • OPTIE B: Basismodule en en Comprehensive module

Ieder bedrijf zal op termijn aangezet worden om op één of andere manier te rapporteren over duurzaamheid, het VSME heeft hierbij een goeie leidraad voor een gemiddelde kmo.

Tim Vancouillie – Founder E-Luse

Conclusie

De vrijwillige duurzaamheidsrapportagestandaard voor kmo’s, de VSME, is een waardevol instrument voor niet-beursgenoteerde ondernemingen om over hun duurzaamheidsinspanningen te rapporteren. Hoewel deze standaard geen wettelijke verplichting is, biedt ze de nodige ondersteuning om onder meer te voldoen aan de vraag naar data van grote ondernemingen, kredietverstrekkers en investeerders.

Met verschillende opties voor rapportage biedt de VSME flexibiliteit aan kmo’s om hun duurzaamheidsrapport op maat te maken. Hiermee wilt men ondernemingen stimuleren om van start te gaan met duurzaamheidsrapportage.

Wil je graag meer informatie, of hebt je hulp nodig bij het opstellen van een duurzaamheidsrapport? Aarzel dan niet om ons hierover te contacteren.


Blijf op de hoogte van al ons nieuws!

Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief.

* verplichte velden




De Europese richtlijn tegen greenwashing en misleidende productinformatie

De Europese richtlijn tegen greenwashing en misleidende productinformatie

Begin dit jaar heeft het Europees Parlement een nieuwe wet aangenomen om greenwashing en misleidende productinformatie aan te pakken. De wet werd goedgekeurd met 593 stemmen voor, 21 tegen en 14 onthoudingen.

Greenwashing is het overbrengen van een verkeerde indruk of misleidende informatie over hoe milieuvriendelijk de producten van een bedrijf zijn. Greenwashing houdt in dat er een ongefundeerde bewering wordt gedaan om consumenten te misleiden zodat ze geloven dat de producten van een bedrijf milieuvriendelijk zijn of een grotere positieve milieueffect hebben dan in werkelijkheid het geval is.

Door betere informatie te verschaffen en bescherming tegen oneerlijke praktijken te  bedienen wilt de Europese Unie greenwashing tegengaan en consumenten beter informeren over de duurzaamheid van producten die ze kopen. Dit zou consumenten moet beschermen tegen misleidende marketingpraktijken en hen moeten helpen bij het maken van duurzame aankoopkeuzes.

Greenwashing

Om aan deze wet te kunnen voldoen wordt een aantal zorgwekkende marketinggewoonten rond greenwashing toegevoegd aan de EU-lijst met verboden handelspraktijken. In eerste instantie wilt men zo de etikettering van producten duidelijker en betrouwbaarder maken.

De EU zal het volgende verbieden:

  • Algemene milieuclaims zonder bewijs (“milieuvriendelijke”, “natuurlijk”, “biologisch afbreekbaar, “klimaatneutraal, “eco”…).
  • Claims inzake compensatie van CO2-emissie om zo te kunnen beweren dat een product een neutraal, lager of positief effect heeft op het milieu.
  • Duurzaamheidslabels die niet gebaseerd zijn op goedgekeurde certificaten of die niet opgesteld zijn door overheidsinstanties.

Een andere belangrijke doelstelling van de nieuwe wet is dat producenten en consumenten zich meer moeten richten op de levensduur van goederen.

De EU zal het volgende bijgevolg eveneens verbieden;

  • Duurzaamheidsclaims zonder voldoende of met ontbrekende onderbouwing over de levensduur of het gebruik onder normale omstandigheden.
  • Goederen die niet te repareren zijn, als repareerbaar presenteren wanneer dit niet klopt.

De nieuwe richtlijn moet hand in hand gaan met de richtlijn groene claims, die momenteel op commissieniveau in het Parlement wordt besproken. Deze richtlijn inzake groene claims zal specifieker zijn en uitvoerigere voorwaarden voor het gebruik van milieuclaims bevatten.

Wil je graag meer informatie, of hebt je hulp nodig bij het opstellen van een duurzaamheidsrapport? Aarzel dan niet om ons hierover te contacteren.


Blijf op de hoogte van al ons nieuws!

Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief.

* verplichte velden




Vrijwillige duurzaamheidsrapportage voor KMO’s

Vrijwillige duurzaamheidsrapportage voor KMO’s

Eind 2023 werd door EFRAG (European Financial Reporting Advisory Group) een nieuwe “standaard” gepubliceerd ter ondersteuning van niet-beursgenoteerde KMO’s bij hun duurzaamheidsrapportage. Deze Standaard wordt ook wel de VSME ESRS (draft) genoemd.

In tegenstelling tot ESRS (Europese Sustainability Reporting Standards) voor grote ondernemingen, is deze standaard geen wettelijke verplichting. Het is een instrument ontwikkeld voor ondernemingen die buiten het bereik van CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) vallen. Deze ondernemingen hebben hierdoor een leidraad waarmee ze kunnen rapporteren over hun duurzaamheidsinspanningen.

Momenteel is een voorlopige, draft-versie beschikbaar, welke na verloop van tijd gefinaliseerd zal worden maar reeds een duidelijk beeld geeft van wat van KMO’s verwacht wordt op vlak van duurzaamheidsrapportage.

Update 2025: intussen is de VSME finaal publiceerd door EFRAG. Alle info en wijzigingen hierover kan je hier terugvinden

Waarom bestaat het?

Het doel van deze (draft) Standaard is het ondersteunen van micro-, kleine- en middelgrote ondernemingen bij:

  1. Het bijdragen aan een duurzamere en inclusievere economie;
  2. Het verbeteren van hun beheer van duurzaamheidskwesties, zoals milieuproblemen en sociale uitdagingen (bijvoorbeeld vervuiling, gezondheid en veiligheid van werknemers). Dit zal hun concurrentiële groei en veerkracht ondersteunen op korte, middellange en lange termijn;
  3. Het voorzien van informatie om te voldoen aan de vraag naar data van kredietverstrekkers, investeerders
  4. Het voorzien van informatie om te voldoen aan de vraag naar data van grote ondernemingen die duurzaamheidsinformatie van hun leveranciers opvragen.

Voor wie is het?

Deze (draft) Standaard is vrijwillig en van toepassing op niet-beursgenoteerde KMO’s. Deze ondernemingen vallen buiten de reikwijdte van de CSRD, maar worden aangemoedigd om déze Standaard te gebruiken voor hun duurzaamheidsrapportage. De Standaard behandelt dezelfde duurzaamheidskwesties als de ESRS  voor grote ondernemingen, maar aangepast aan de mogelijkheden van KMO’s. Micro-ondernemingen kunnen ervoor kiezen selectief delen van deze Standaard te gebruiken

Duurzaamheidsrapportage

Wat houdt deze duurzaamheidsrapportage in?

De VSME ESRS omvat drie modules die de onderneming als basis kan gebruiken voor de voorbereiding van haar duurzaamheidsrapport:

1. Basismodule (B1-11):

Deze module biedt een gerichte aanpak voor micro-ondernemingen en is een minimumvereiste voor andere ondernemingen. De module is opgebouwd uit verschillende deelmodulen of vereisten, namelijk B1 t.e.m. B11. Deze vereisten omvatten allerlei verschillende duurzaamheidstopics, die ook terug te vinden zijn in de ESRS (Bijv. energie, GHG-emissies,  biodiversiteit, water, lucht-, water- en bodemvervuilling…).

De vereisten moeten worden verschaft indien deze van toepassing zijn voor de onderneming in kwestie. Een materialiteitsanalyse is niet vereist binnen deze module.

2. Narratieve module over Beleid, Acties en Doelen (PAT):

Deze module definieert “verhalende” vereisten (N1 – N5) met betrekking tot Beleid, Acties en Doelen (PAT), die moeten worden gerapporteerd naast vereisten binnen de basismodule (indien van toepassing). In deze module wordt gevraagd naar toelichtingen wat betreft de policy’s, acties en doelstellingen die een bedrijf heeft in kader van voor haar significante duurzaamheidsthema’s.

Een materialiteitsanalyse is vereist om bekend te maken welke duurzaamheidskwesties relevant zijn voor de bedrijfsvoering en organisatie van de onderneming.

3. Module Zakelijke Partners (BP):

Deze module stelt datapunten vast die moeten worden gerapporteerd naast vereisten B1-B11 en die hoogstwaarschijnlijk zullen worden opgenomen in gegevensverzoeken van kredietverstrekkers, investeerders en zakelijke cliënten van de onderneming.

Een materialiteitsanalyse is vereist om bekend te maken welke duurzaamheidskwesties relevant zijn voor de bedrijfsvoering en organisatie van de onderneming.

Hoe een onderneming de Standaard toepast, dat beslist ze zelf.

Hoe een onderneming de Standaard toepast, dat beslist ze zelf. Er zijn namelijk verschillende opties mogelijk bij de voorbereiding van het duurzaamheidsrapport met gebruik van de VSME ESRS:

  • OPTIE A: Alleen de Basismodule;
  • OPTIE B: Basismodule en Narratieve-PAT-module;
  • OPTIE C: Basismodule en Zakelijke Partners-module; of
  • OPTIE D: Basismodule, Narratieve-PAT-module èn Zakelijke Partners-module.

Ieder bedrijf zal op termijn aangezet worden om op één of andere manier te rapporteren over duurzaamheid, het VSME heeft hierbij een goeie leidraad voor een gemiddelde kmo.

Tim Vancouillie – Founder E-Luse

Conclusie

De vrijwillige duurzaamheidsrapportagestandaard voor KMO’s, de VSME ESRS (draft), is een waardevol instrument voor niet-beursgenoteerde KMO’s om over hun duurzaamheidsinspanningen te rapporteren. Hoewel deze standaard geen wettelijke verplichting is, biedt ze de nodige ondersteuning om onder meer te voldoen aan de vraag naar data van kredietverstrekkers, investeerders en grote ondernemingen.

Met verschillende opties voor rapportage biedt de VSME ESRS flexibiliteit aan KMO’s om hun duurzaamheidsrapport op maat te maken. Hiermee wilt men KMO’s stimuleren om van start te gaan met duurzaamheidsrapportage.

Wil je graag meer informatie, of hebt je hulp nodig bij het opstellen van een duurzaamheidsrapport? Aarzel dan niet om ons hierover te contacteren.


Blijf op de hoogte van al ons nieuws!

Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief.

* verplichte velden




E-luse geselecteerd voor vergroeningscans

E-luse geselecteerd voor vergroeningscans VLAIO

De doelstelling is duidelijk, tegen 2050 zal je als bedrijf fossielvrij moeten werken. Geen verwarming meer op aardgas, een alternatief voor de stoomopwekking én een nieuwe technologie voor je ovens. Het behalen van deze doelstelling zal veel studiewerk vergen en ook de Vlaamse regering ziet dit in.

Daarom voorziet VLAIO de komende vier jaar een ondersteuning voor technisch en economisch vooronderzoek voor de vergroening in jouw bedrijf. E-Luse werd hiervoor geselecteerd als erkende dienstverlener.

Wat is een vergroeningscan

In een vergroeningscan worden alternatieven technologieën zoals van groene warmte, restwarmte en elektrificatie onderzocht. De focus van de scan ligt op het onderzoek naar vergroening van een technologie waar er momenteel wordt gewerkt met fossiele brandstoffen. Het doel is om de finale CO2-uitstoot van jouw bedrijfsvoering te verminderen.

Volgende technologieën kunnen bijvoorbeeld worden onderzocht in de vergroeningscan:

  • (Industriële) warmtepomp
  • Elektrische boiler
  • Elektrificatie van industriële processen
  • Zonnethermie
  • Biogasketels en productie van biogas
  • Gebruik van restwarmte
  • Warmtenetten tussen bedrijven
  • Ondiepe en diepe geothermie
  • Waterstofboiler
  • Thermische opslag
Vergroening energie

De vergroeningscan kan nooit een verplichte energiaudit vervangen. Het is een instrument om een specifieke technologie of installatie te onderzoeken. Hierbij wordt een detailanalyse gemaakt van de bestaande situatie en worden door onze experten één of meerdere alternatieven uitgewerkt.

Het traject heeft een doorlooptijd van ongeveer drie maand.

Krijg een tegemoetkoming van maar liefst 85% op de studiekost!

Welke stappen ondernemen we

Wanneer je als ondernemer start met een vergroeningsscan, dan sta je al met één been in de toekomst. Het veranderen van de mindset en de durf om processen en installaties in vraag te stellen is een eerste grote stap. Bij de volgende stap, het bepalen van de technische en economische haalbaarheid van de vergroening van uw organisatie, wordt u maximaal bijgestaan door onze experten.

Tijdens een startvergadering bekijken we samen met jou welke technologieën er onderzocht worden en welke vervolgstappen we daarin ondernemen. Ter voorbereiding van een plaatsbezoek zal u gevraagd worden om een ons enkele gegevens te bezorgen. Voorbeelden hiervan zijn het energieverbruik, productiedata, een processchema,… We proberen de hoeveelheid te beperken zodat we je niet onnodig belasten met een gigantische vragenlijst.

Het plaatsbezoek heeft als doel om jouw bedrijf beter te leren kennen, de processen of de specifieke installaties te inventariseren en deze te herbekijken in functie van de vergroening van de energiedragers.

Daarna gaan onze experten aan de slag en worden voor het specifieke topic verschillende scenario’s onderzocht. Hierbij worden de verschillende scenario’s in detail doorgerekend en wordt een investeringskost bepaald. Tijdens deze analyse zal er ook steeds gekeken worden of er een mogelijkheid is om voor de gekozen technologie of techniek bijkomende subsidie te ontvangen.

De resultaten van onze studie worden tijdens een overleg met je besproken. De verschillende scenario’s en de randvoorwaarden worden in detail doorgesproken. Bij ieder geselecteerd project wordt een actie en een timing geplaatst. Dit vormt dan het vervolgtraject, waar je mee aan de slag kunt.

Voor wie

Alle bedrijven en vzw’s met een economische hoofdactiviteit die op deze NACE-code lijst staat kunnen een scan laten uitvoeren. Ook een ETS-bedrijf of een bedrijf dat deelneemt aan de energiebeleidsovereenkomst kunnen gebruik maken van deze ondersteuning.

Hoe aanvragen

Neem contact met ons op via onderstaande knop of via tim@e-luse.be.

Daarna doorlopen we een aantal administratieve stappen:

  • Tijdens een intakegesprek controleren we of je onderneming in aanmerking komt voor de vergroeningscan
  • Wij maken een offerte op en bezorgen deze samen met het aanvraagformulier en de verklaring op eer aan VLAIO
  • VLAIO keurt de aanvraag goed binnen de 10 kalenderdagen
  • We plannen het eerste bezoek in!
VLAIO: partner bij vergroeningsplannen

De Vlaamse Regering zet sterk in op een lager en duurzamer energieverbruik van Vlaamse bedrijven.

Heeft jouw onderneming plannen om te investeren in een groene technologie, maar wil je eerst onderzoeken of dit technisch en economisch haalbaar is? Doe dan met steun van VLAIO een vergroeningsscan bij 1 van de 10 geselecteerde adviesbureaus.

Als onderneming betaal je slechts een deel van de kostprijs voor deze scan, VLAIO betaalt 85% met een maximum van 10.000 euro excl. BTW.

E-Luse is één van deze erkende dienstverleners. Check de voorwaarden op www.vlaio.be/vergroeningsscan.


Blijf op de hoogte van al ons nieuws!

Schrijf je hieronder in op onze nieuwsbrief.

* verplichte velden